De Nationale (CO2-spaar)Bank

Een gigantisch negentiende-eeuws pand met een grote historische waarde – en een CO2-voetprint die je best wel ‘gedateerd’ mag noemen. De uitdaging is duidelijk: maak van het gebouw van de Nationale Bank een blauwdruk naar een CO2-verlagend concept zonder zware renovatie waarmee je ook elders grote, oude gebouwen klaarstoomt voor een duurzame energietoekomst.

De energietransitie in Antwerpen … in het echt.

Op welke verschillende manieren kun je duurzame, impactvolle C02-verlagende oplossingen integreren in het stadsweefsel? Stadslab2050 is partner voor vijf Antwerpse energiewerven die een verschil kunnen maken in ons toekomstige energieverbruik en -beheer. Vijf boeiende pilootprojecten die een technische en economische blauwdruk leggen voor het nieuwe normaal in en om de stad.

De slimme renovatie van het geklasseerde, negentiende eeuwse gebouw van de Nationale Bank.

Het voormalige gebouw van de Nationale Bank van Antwerpen, gebouwd tussen 1875 en 1879, is een echte landmark in het straatbeeld van de Frankrijklei. Het pand wordt omgevormd tot een gebouw met flexibele energiesturing aangepast aan de gebruikers in het gebouw. Hoe? Door het binnenklimaat en de energienoden flexibel aan te passen aan het gebruik op een bepaald moment in specifieke zones. Daar worden intelligente sturingen en technieken voor moderne energieproductie, koeling en ventilatie voor ingezet. De huidige eigenaar, vastgoedbedrijf Groep L, wil in het gebouw hoogwaardige, eigentijdse kantoorruimtes onderbrengen en zo de C02-footprint van het gebouw drastisch verlagen. Het project moet een blauwdruk worden van een energie-efficiënt concept voor grote, beschermde historische gebouwen.

Slimme warmte- en energiesturing

“Specifiek aan dit gebouw is dat er ongeveer 10.000 m² heringericht moet worden en we dus maximaal de CO2-voetprint van het gebouw in onze stad naar beneden willen brengen”, zegt Kris van Daele van Gadgeon, program manager en initiatiefnemer van project Leopold, de naam waaronder het project uitgevoerd wordt. “Daarbij moeten we rekening houden met heel wat beperkende factoren: dit is een geklasseerd historisch gebouw. Het is de bedoeling om het zoveel mogelijk in zijn originele staat te behouden. Bijvoorbeeld de oude plafonds worden helemaal gerestaureerd en grote ruimtes zoals de Geldzaal behouden hun karakter. Ook de bestaande radiatoren horen bij het patrimonium van een geklasseerd gebouw. We willen naar een grote energie-efficientie met een minimale renovatie van het gebouw. ”

“Tegelijk wordt er intensief vernieuwd: het hele interieur krijgt LED-verlichting en isolerende voorzet ramen. Maar de hamvraag blijft natuurlijk hoe we dit gebouw op een meer milieuvriendelijke manier kunnen beheren op het vlak van energieverbruik en verwarming. Rond energievraag en warmtesturing zitten we volop in de studiefase. Draadloze technieken vormen de ruggengraat. De eerste tests voeren we uit in de aanpalende gouverneurswoningen, om om op basis van de resultaten het hoofdgebouw aan te pakken.”

Hernieuwbare energiebronnen

Een belangrijke open vraag is welke mix van energiebronnen er gebruikt zal worden. “Vandaag staan er in het gebouw 4 stookoliebranders van 1,4 megawatt die 70.000 liter op jaarbasis verbruiken met pompen die ’s morgens aanslaan en ’s avonds afslaan”, zegt Joris Dedecker, projectleider van het ingenieursbureau en projectpartner Ingenium. “Dergelijke gebouwen worden op hoge temperatuur verwarmd (60° en meer). Dat is natuurlijk geen ideale manier van verwarmen.”

Geothermische energieconcepten wekken al op basis van lage temperatuur (30°) voldoende warmte op. In een BEO-veld (BoorgatEnergieOpslag veld) wordt warmte uit de ondergrond gehaald via warmtepompen. Een mogelijk alternatief voor de bestaande installatie. “Een aantal trajecten werden bestudeerd, tot en met de aansluiting op het warmtenet van de stad Antwerpen”, zegt Kris van Daele. “Eén probleem is dat de Leien pas heraangelegd werden. Die weer open leggen, spreekt niet vanzelf. Dat geldt bijgevolg ook voor de optie riothermie, een techniek die warmte onttrekt aan riolen, om die dan via een warmtepomp op te krikken tot een bruikbaar niveau. Een eerste studie wijst bovendien uit dat de vloeroppervlakte van het binnenplein te klein is voor geothermische warmtepompen. ”

“De optie zonnepanelen bekijken we ook. Hoe kunnen we glas zonnepanelen integreren aan het gebouw zonder het karakter van het gebouw te wijzen.  Maar je mag niet veel mag wijzigen aan het gebouw. Slim geplaatste en gestuurde zonnepanelen op de daken in de buurt zijn ook niet echt een optie door verschillende hoogtes en schaduwvlakken waardoor je er niet voldoende rendement kan uithalen. Door de wijk te betrekken bij het Leopoldproject zou het ook al moeilijker maken om de aanpak elders vlot toe te passen. Het projectbeheer wordt complexer. Plaats je zonnepanelen op privédaken, dan krijg je te maken met privé-eigenaars – en  verschillende gradaties van verantwoordelijkheid die ze opnemen voor ‘hun’  installatie.”

Kosten en baten? 

Duurzaam renoveren klinkt mooi, maar is het ook financieel haalbaar? Wat kost deze operatie en staat dat in verhouding met de winst die eruit valt te boeken? ”Er loopt nu een informatieronde met verschillende technische partners om de hiaten in te vullen. Er werd in december 2019  door de partners (Gadgeon, Ingenium, Itho Daalderop, Option en Zerofriction) een financieringdossier ingediend bij Flux50 en Vlaio, dat Vlaamse bedrijven uit de energie-, IT- en bouwsector helpt om commerciële doorbraken te realiseren bij de transitie naar een duurzaam energiesysteem.” (Intelligente renovatie is één van de speerpunten of ‘innovator zones’ van Flux50, naast energiehavens, microgrids, multi-energietoepassingen op wijkniveau en ‘energy cloud’- toepassingen, wdh). “Nu het dossier werd goedgekeurd zal de financiële oefening gemaakt worden tegen eind 2020. Kosten en terugverdientijd zijn nog niet in kaart gebracht. Groep L is  in ieder geval gewonnen voor de groene energietransitie en wil meegaan in dit traject, in een voorbeeldrol als maatschappelijk verantwoorde bouwpromotor.”

Reproduceerbaar en schaalbaar?

Al wordt dit project een voorbode van het nieuwe normaal in een stedelijke context, er zijn nog wel meer voorbeelden van slim gerenoveerde historische panden. Binnen het project werd een klankbordgroep opgericht waarin Stad Antwerpen, GroupL, Erfgoed&Visie, Voka en Monumentenzorg evalueren of het project een voorbeeld kan worden voor andere historische gebouwen. Groep L heeft nog meer historische panden in portefeuille en de Stad Antwerpen heeft al 5 andere historische gebouwen in het vizier waar de CO2-voetprint eventueel op eenzelfde manier aangepakt zou kunnen worden. Hoe dan ook is een slimme renovatie van een groot historisch, beschermd erfgoedpand met al zijn technische beperkingen een interessante oefening voor soortgelijke projecten.”

Slimme energie voor Antwerpen – of EnergieFlux, zoals het project officieel heet – loopt in samenwerking met met Flux50, Samen Klimaatactief, stad Antwerpen en Haystack